Deze week werd de Nederlandse taal verrijkt met een nieuw woord: onderbroekenterrorist. Nadat ik me snel had verdiept in de nieuwsfeiten achter dit verschijnsel, vroeg ik Astrid - mijn vrouw - welke voorstelling ze bij dit woord had.
‘Onderbroekenterrorist?’ vroeg ze. ‘Even denken hoor.’
Enkele seconden later zwijmelde ze weg. In haar dromerige ogen ontstond een merkwaardige schittering en ik kon raden wat er in haar hoofd omging.
Ze zag zichzelf in een vliegtuig zitten. Lijkbleke passagiers en schreeuwende, met geweren zwaaiende overvallers. Deze laatsten waren uitsluitend gekleed in stoere, mannelijke boxershorts. Verder hadden ze niets aan het lijf, en in stilte bewonderde mijn lieve Astrid hun gebronsde lichamen. Desalniettemin stond ze doodsangsten uit. De leider van de bende merkte dat op en legde kalm zijn hand op haar schouder, om haar vervolgens mee te nemen naar de cockpit. Onmiddellijk liet ze zich veroveren door zijn krachtige, gespierde torso en zijn indringende bruine ogen. Hoewel hij haar met liefdevolle stem aansprak, straalde hij wel degelijk een grote strijdbaarheid uit. In aandoenlijk gebroken Engels legde hij haar uit dat zijn terreurdaad niet voortkwam uit een misdadig hart. Integendeel… hij verzette zich met alles wat in hem was, tegen onrechtvaardige kapitalisten en grootmachten. Hij was geroepen tot een strijd ter bevrijding van de verworpenen der aarde. Daartoe diende deze kaping en hij was bereid er zijn leven voor te geven. Zachtjes legde mijn Astrid haar hoofd tegen de borst van haar kloekmoedige Don Quichot… Fluisterend verzekerde hij haar, dat hij er persoonlijk garant voor stond, dat haar geen haar gekrenkt zou worden.
Plotseling zag ik mijn geliefde uit haar dagdroom ontwaken. Haar dromerige blik veranderde in een bittere gelaatsuitdrukking, toen ze zich realiseerde getrouwd te zijn met een boekhouder, die elke morgen braaf naar zijn werk fietst, met onder zijn snelbinders een aktetasje, waarin hij al jaren niets anders vervoert dan een zelf samengesteld, verantwoord lunchpakketje.
‘Een onderbroekenterrorist is iemand, die in zijn onderbroek iets meeneemt, waarmee hij een heel vliegtuig kan opblazen,’ legde ik haar uit.
‘Ik ken het geluid, dat daarmee gepaard gaat,’ antwoordde ze mij met een vernietigende blik.
No comments:
Post a Comment