Saturday, June 29, 2013
Aan alles komt een eind
Friday, June 21, 2013
Vrouwenhaar
Natuurlijk hebben de meeste Nederlandse vrouwen er last van, maar ze willen het voor elkaar niet weten: haargroei in het gezicht. Een vervelende aandoening, die een aanslag pleegt op de vrouwelijke schoonheid. In menig Nederlands huishouden verschuilt moeder zich regelmatig in de badkamer, om met een pincet de onwelkome haartjes te verwijderen. Als ze met een pincet niet meer te verwijderen zijn, moet er zwaarder geschut worden ingezet. Er vloeien heel wat tranen als de pleisters boven de lippen met een ruk van de huid worden afgescheurd. De haartjes nemen ze dan mee, maar voor het gevoel ook een heel stuk vel. Fabrikanten van ontharingsmiddelen maken een fortuin, omdat vrouwenhaartjes zich nu eenmaal niets van de crisis aantrekken.
Gewoonlijk laten vrouwen zich niet zo graag uit over die vervelende bedekking van hun gezicht. Heel anders is het, als het de wildgroei op hun benen betreft. Afgelopen week liep ik langs de tuin van mijn buren, en werd prompt staande gehouden door mijn buurvrouw. Zij begon een referaat over het warme weer, haar bijpassende luchtige kleding en en passant wees ze naar haar hevig behaarde benen.
‘Ik ga met dit weer geen lange broek aantrekken,’ verveelde ze mij. Vervolgens vertelde ze me van alles over de scheer- en harsmiddelen, waarmee ze haar stelten wat aantrekkelijker zou gaan maken.
Na een kwartier kon ik met goed fatsoen bij mijn buurvrouw vandaan lopen, en werd in huis lachend door mijn geliefde Astrid verwelkomd. Zij had het hele gebeuren door een geopend venster kunnen aanhoren.
‘Je hebt een ware crime doorstaan schat,’ complimenteerde ze me.
Vervolgens bekeek ze zichzelf vol trots in de spiegel. Mijn beminde kan erop bogen, dat haar lichaam nog nooit met een scheerapparaat in aanraking is geweest. Ze heeft prachtige, gladde benen en een dito gezicht, terwijl haar hoofd wordt bedekt door een prachtige blonde haardos.
‘Ik heb nergens ook maar één haar, die er niet thuis hoort,’ merkte ze trots op.
‘Alleen op je tanden schat,’ antwoordde ik.
De eerst zo ontspannen sfeer werd ineens wat grimmig.
Friday, June 14, 2013
Examen
Friday, June 7, 2013
Winkelen
Altijd als het voorjaar aanbreekt, krijgt Astrid het op haar heupen. Ze wil het huis uit, een dikke portemonnee meenemen en bakken geld uitgeven. Dus had ik dit jaar de stille hoop, dat haar bevlieging uit zou blijven. De lente was immers zo vriendelijk niet te verschijnen.
Maar nee hoor… De maand mei was nauwelijks voorbij, of de zon brak door en iedereen kon genieten van prachtig voorjaarsweer. Behalve Astrid. Ze stond voor een uitpuilende klerenkast en zei geagiteerd:
‘Ik heb niets om aan te trekken.’
‘Ja, dat zie ik,’ reageerde ik ad rem.
‘Daar ben ik blij om,’ glimlachte mijn liefste, die nooit gevoelig is voor mijn cynische ondertoon, als het haar niet uitkomt. ‘Zullen we deze week samen gaan winkelen?’
In het begin van onze relatie trachtte ik daar nog wel eens onderuit te komen. Maar omdat de ervaring mij heeft geleerd, dat ik na een week zeuren toch toegeef aan haar wensen, zei ik deze keer direct: ‘Ja.’
‘Wat lief, dat je er zo enthousiast over bent.’
Dus nam ik deze week een van mijn spaarzame snipperdagen op, en togen wij samen naar een dure winkelstraat in de stad.
In de eerste kledingzaak hadden wij direct al succes. Astrid paste een leuk setje kleren, en het stond haar fantastisch. Allebei waren we er razend enthousiast over. ‘Kopen,’ zei ik natuurlijk, en daarbij dacht ik: Die ellende is snel voorbij, deze keer. Ik zag mezelf de rest van de dag al heerlijk in een tuinstoel zitten, maar mijn liefste gooide roet in het eten.
‘Ik wil toch nog even verder kijken,’ besloot ze.
In de volgende zaak trok ze iets aan, wat haar wat ik ook wel aardig vond. ‘Leuk!’ zei ik.
‘Ach joh. Dit is geen gezicht,’ reageerde ze verontwaardigd.
Bij een ander jurkje, wat ik afschuwelijk vond, was haar commentaar: ‘Ik vind dit zelf wel leuk hoor.’ Waarbij ze niet naliet om mijn slechte kledingsmaak onder stoelen of banken te steken.
We liepen winkel na winkel af. Steeds weer vroeg Astrid me naar mijn commentaar. Om uitbranders te voorkomen, trachtte ik eerst te peilen wat ze er zelf van vond, en vervolgens een overeenkomende opmerking te plaatsen. Tot ze dat op een gegeven moment in de gaten kreeg en mij vinnig vroeg: ‘Je durft zeker weer eens niet voor je eigen mening uit te komen.’
Eindelijk…, na een dag lang heen en weer sjouwen, winkel in, winkel uit, belandden we weer in de zaak, waar we begonnen waren. Daar kocht Astrid het setje, dat haar zo leuk stond.
Toen ik mij bij thuiskomst uitgeput in een stoel liet vallen, zei Astrid tegen me:
‘We hebben een leuke dag gehad, hè?’
‘Ja, schat,’ reageerde ik.
‘Ik vind het fijn, dat jij er ook van genoten hebt.’
De lichte spot in haar stem verraadde, dat ze mijn wrange intonatie deze keer wel degelijk opmerkte.
Friday, May 31, 2013
Spookhuis
In Japan is er commotie ontstaan, omdat de Japanse premier Shinzo Abe nog steeds niet in zijn ambtswoning woont. Hoewel hij het zelf ontkent, zou hij volgens de geruchten bang zijn voor de spoken, die in dat huis rondwaren.
Eigenlijk wist ik niet, dat er in Japan ook spookhuizen bestonden. In Engeland bestaan ze wél. Daar zijn genoeg bouwvallige optrekjes te vinden, waar niemand in durft te komen, vanwege dichtklappende deuren, geklop tegen muren en geluid van voetstappen, terwijl er in het hele huis geen mens te bekennen is.
In Nederland bestaan dit soort woningen niet, voor zover ik weet. Hoewel… In ons huis gaat er ook wel eens een deur spontaan open. Doorgaans gebeurt dat, als er twee ramen tegen elkaar open staan.
‘Je hebt die deur niet goed gesloten schat,’ verwijt Astrid me dan met een dubieus glimlachje.
‘Dat is het huisspook,’ antwoord ik haar dan.
‘Jaja’, is haar commentaar, ‘maak er maar weer een grap van.’
Enkele weken geleden, toen er een stevige wind stond, sloeg een van de deuren met een klap dicht. Mijn lieve Astrid schrok hevig, en viel onmiddellijk tegen mij uit.
‘Doe de deur nou eens achter je kont dicht!’
‘Ik heb die deur helemaal niet gebruikt, mijn allerliefste. Alleen jij bent in dat kamertje geweest,’ antwoordde ik met mijn meest sympathieke stem, waarin uiteraard een zweem van spot was te bespeuren.
Astrid reageerde met een boze blik en een narrig zwijgen.
Onlangs kwam Astrids vriendin Florence een middagje op bezoek. Er ontstond al snel een geanimeerd geratel, waar ik gelukkig niet aan deel hoefde te nemen. Toen Florence na twee uurtjes weer huiswaarts ging, was ik in de veronderstelling dat alle wetenswaardigheden waren uitgewisseld. Maar wat een vergissing… Terwijl Astrids vriendin haar jas al aan had, ging het gekwebbel in de deuropening gewoon door. Na een kwartier was ik het zat. Het was weer een winderige dag, en ik herinnerde me het voorval van enige weken geleden nog. Dus zette ik de deur van de huiskamer naar de hal wijd open, en opende bovendien ook nog eens een raam. Het resultaat was als verwacht: een keihard dichtklappende deur en een een tweetal geschrokken uitroepen in de hal. Binnen een minuut hadden de dames afscheid genomen. In de hal hoorde ik driftige voetstappen naar de kamerdeur toelopen, en ik kneep hem wel een beetje.
In ons huis woont namelijk wel degelijk één spook, en ik ben nog bang voor haar ook.
Friday, May 24, 2013
Kunstgebit
Deze week lazen wij, dat een aanhanger van de Argentijnse voetbalclub Argentinos Juniors uit woede zijn kunstgebit naar de trainer slingerde. Een zeer begrijpelijke daad, als je bedenkt dat deze club voor de vijfde achtereenvolgende keer verloor en voor degradatie moet vrezen. Het is een heel nieuw fenomeen in de afkeurende signalen van een boos voetbalpubliek. Een kunstgebit in de strijd te gooien… daar hadden wij nog nooit van gehoord.
Die morgen liet de betreffende supporter zich nog hartstochtelijk kussen door zijn nieuwste vriendin, nadat hij haar met zijn stralend witte tanden een glimlach had toegeworpen. Vervolgens begaf hij zich heldhaftig naar het strijdtoneel.
Het lieve meiske wachtte vol ongeduld op de terugkeer van haar vedette. Een dag lang stond ze in haar deuropening de horizon af te turen, dromend hoe hij zijn elftal tot een ongekende prestatie aanmoedigde. Er verscheen een glimlach om haar lippen, toen ze zich voorstelde hoe haar held haar bij thuiskomst in zijn armen zou sluiten, en zinderende, zoete woorden in haar oor zou fluisteren.
Tegen het invallen van de avondschemering zag ze iemand op haar toe strompelen. Het was niet haar held… integendeel… dit was een gebroken man, met een kromme rug en een tandeloze mond. Wat een ontgoocheling, toen ze uiteindelijk toch ontdekte, dat het haar geliefde was. Maar nóg was hij haar held.
‘Mijn schat,’ riep ze uit. ‘Ze hebben je tanden uit je mond geslagen. Mijn dappere vechter.’ Pas toen ze liefdevol de inhoud van zijn klep controleerde, kwam ze tot een bittere conclusie. Geen enkele wond… de schitterende tanden, waarmee hij haar had betoverd, waren nep!
‘Verklaar je nader,’ eiste ze verbitterd.
‘Se heff’n f’loren,’ verantwoordde hij zich.
‘En?’
‘Toen hef’ ik m’n kunftgebif naar de srainer gegooid.’
‘Wat ben jij een held,’ was haar cynische commentaar. ‘Ga maar terug, om hem te zoeken. Daarna praten we verder.’
Dus zat er voor de tandeloze voetbalsupporter niks anders op, dan terug te gaan naar het stadion, om zijn duurzame kleinood weer op te sporen. Maar helaas… de boel was er al opgeruimd. Hij moest op de plaatselijke vuilnisbelt gaan zoeken. Maar ook daar zou hij het niet vinden.
Een medewerker van de plaatselijke opruimingsdienst heeft het kunstgebit meegenomen, en aan zijn tandeloze oude moedertje gegeven. Wonderlijk genoeg paste het haar precies. Het vrouwtje kan zich inmiddels verheugen in de belangstelling van tien jongemannen.
Onze voetbalsupporter kon zijn vriendinnetje dus wel vergeten…
Friday, May 17, 2013
Moederdag
We zijn het bijna weer vergeten, maar afgelopen zondag was het moederdag. Sinds onze Josje een peuter van drie turven hoog was, maakten wij samen op moederdag een ontbijtje voor Astrid klaar. Elk jaar volgens dezelfde gewoonte. Josje kwam mij stiekem wakker maken, Astrid hield zich slapende en ik ging met onze dochter de keuken in. De thee mocht ik wel zetten, maar onze kleine meid stond erop dat ze zelf het beschuitje zou smeren en van suiker voorzien. Volgens de traditie bestond het beschuitje uiteindelijk uit een aantal gebroken stukken, enkele klodders boter en hier en daar een schep suiker. Later, toen Josje wat groter werd, zag het er gelukkig was appetijtelijker uit. Met de thee hebben we het nooit goed voor elkaar gekregen. Het zetten ging nog wel, het inschenken ook. Maar om het geheel op een dienbord naar boven gesjouwd te krijgen, is nooit helemaal gelukt. Bovenaan de trap was de kostelijke inhoud grotendeels over de rand van het kopje heen gegaan en natuurlijk op de met zorg klaargemaakte beschuit beland. Zodat mijn lieve Astrid een zompig ontbijtje met een klein laagje lauwe thee naar binnen moest werken.
Vorig jaar vond ze dat blijkbaar genoeg. Josje was inmiddels groot genoeg om te begrijpen, dat we haar moeder met dat gekledder meer ongemak dan plezier bezorgden. Dus zei Astrid: ‘Laten we moederdag volgend jaar maar overslaan.’
Mijn dochter en ik waren dat geklungel met het moederdagontbijt ook zat, zodat we van harte met het voorstel instemden. En dus bleven we afgelopen zondag – blij dat we van onze jaarlijkse verplichting verlost waren – lekker doorslapen.
In de loop van de dag viel het ons echter op, dat Astrid wat kribbig was. Uiteindelijk vroegen wij haar, of er misschien wat aan de hand was.
‘Weten jullie wat voor dag het vandaag is?’ vroeg ze.
‘Moederdag’, antwoordde Josje argeloos.
‘Dus je had er wél erg in,’ beschuldigde moeder haar dochter. ‘Dan had je daar toch wel wat aan kunnen doen!’
‘Dat hoefde niet. Dat hebben we vorig jaar duidelijk afgesproken!’ werd er geprotesteerd.
Astrid legde uit, dat ze dan wel geen prijs stelde op een ontbijtje op bed, maar dat er op zijn minst een andere verrassing tegenover mocht staan, maar dat ze dat natuurlijk niet zeggen kon, omdat dat dan zo hebberig stond.
De dagen daarna bleef Astrids stemming ongewijzigd. Josje en ik werden er helemaal kriegel van. Uiteindelijk duwde ik haar honderd euro in de hand. ‘Ga naar een juwelier, en koop alsjeblieft een mooi sierraadje voor je moeder. Dit is geen houden meer.’
Daar maakte ze onmiddellijk werk van. Na een uurtje kwam ze binnen met een pakketje, gaf haar moeder een kus en zei: ‘Alsjeblieft ma. Opgespaard van mijn zakgeld. Je dacht dat je niets zou krijgen hè? Had ik je even te pakken.’ Even later werd er een prachtig kettinkje om Astrids hals gehangen. Ze fleurde daar zichtbaar van op.
‘Het kostte 95 euro,’ fluisterde Josje me op een veilig ogenblik in het oor.
‘De rest mag je houden,’ lispelde ik terug.
De volgende avond – Josje lag al op één oor – zei Astrid: ‘Wat hebben we toch een lieve, originele dochter. Ik ben stiekem bij de juwelier geweest. Dat kettinkje heeft haar bijna tachtig euro gekost! Dat ze dat toch voor haar moeder over heeft.’ Daarna wat snauwerig: ‘Ik wou dat jij voor zoiets ook je portemonnee eens opentrok.’
Ik zei maar niets…