Friday, January 25, 2013

    Weer en winter

    Deze week hadden we dus te maken met vorst en ijs. Mooie beelden in de krant en het journaal liet schaatsende mensen, witte landschappen en met sneeuw spelende kinderen zien. De N.S. heeft zijn taalgebruik aan het winterweer aangepast: vroeger vielen er veel treinen uit, nu is de dienstregeling aangepast. Nog steeds zijn er treinen die niet rijden en dus overvolle wagons, maar de reizigers zijn minder opstandig. Verstandige beslissing van de NS-directie om het probleem zo aan te pakken.
    Zoals gebruikelijk bij een nachtvorstje wordt er op televisie direct gespeculeerd over een Elfstedentocht. Men blikt nostalgisch terug op de legendarische schaatstour van 1963. Ter gelegenheid van dat 50-jarig jubileum is de inmiddels op leeftijd gekomen Reinier Paping (de man van de postzegel) weer eens voor de camera’s gehaald.
    Josje en Astrid waren natuurlijk razend enthousiast over de vorst. Zodra het ijs schaatswaardig werd bevonden, gingen zij op de ijsbaan af. Maar… ik moest mee!
    ‘Kom op joh,’ riepen ze uitbundig. ‘Pak je schaatsen van de zolder en doe ook eens sportief.’ Alle tegenargumenten bleken niet te gelden.
    ‘Ik ben nooit een goede schaatser geweest.’
    ‘Geeft niet.’
    ‘Maar ik heb in jaren niet op de ijzers gestaan.’
    ‘Dat went zo.’
    ‘Maar het is zo koud buiten.’
    ‘Stel je niet aan.’
    Kortom, een half uur later stond ik op mijn schaatsen, en werd door twee vrouwen in evenwicht gehouden. Voorzichtig duwden ze me voorwaarts. Maar niet voor lang… Na enkele minuten riep Josje: ‘En nu doe je het zelf maar’, gaf me een duw, en daar ging ik. Eerst maakte ik wat ongecontroleerde slingers op de baan en daarna viel ik plat op mijn gezicht. Het hoongelach van mijn twee geliefden was volgens mij over de hele schaatsbaan te horen.
    ‘We lachen je niet uit hoor,’ hield Astrid mij voor. ‘We vinden het alleen maar ontzettend leuk.’
    Ik hield het voor gezien. Nog nooit had ik met de ijzers overweg gekund, en nu was ik het schaatsen helemaal verleerd. De uitdrukking “schaatsenrijden zal ik leren, ook al val ik honderd keren” vond ik niet meer op mij van toepassing.
    Hand in hand gingen Josje en Astrid er schaatsend vandoor en lieten mij hulpeloos op het ijs achter. Ter plaatse ontdeed ik me van mijn schaatsen, liep op mijn sokken naar het bankje, waar ik mijn ijskoude voeten in mijn schoenen stak. Weg was ik…, naar de warme huiskamer.
    Enkele uren later kwamen de dames weer thuis. De ijsmuts droegen zij nog en ze hadden rode konen van het schaatsplezier. Astrid bestelde twee koppen chocolademelk bij me. Ik maakte er drie, want ik had er zelf ook wel trek in. Zo werd het ook voor mij nog een gezellige winteravond.

    No comments:

    Post a Comment