Het is alweer enige tijd geleden, dat een ruim zestigjarige man op televisie zijn beklag deed over de geringe voetbalkennis van de directie en raad van commissarissen van Ajax.
‘Zij hebben de ballen verstand van voetbal,’ liet hij zich ontvallen.
Uiteraard kan ik met hem meevoelen. Als je hoge pief bij Ajax bent, dan moet je toch wel enige kennis hebben van onze nationale sport.
Daarom hieronder een korte uiteenzetting:
1. Er lopen 23 mannen op het veld.
2. Die zijn onderverdeeld in twee ploegen van 11 man. Van hen wordt verwacht, dat ze een wedstrijd lang achter een bal aan rennen.
3. Dan blijft er nog eentje over. Die hoeft alleen maar af en toe op een fluitje te blazen.
4. De spelers mogen de bal alleen maar met hun voeten aanraken.
5. Eén speler doet maar voor spek en bonen mee. Die staat zo’n beetje tussen drie aan elkaar gespijkerde latten met een net erachter te hangen. Hij heeft geen verstand van voetbal, want hij pakt de bal zomaar met zijn handen vast.
6. De kunst is, om zoveel mogelijk ballen tussen de latten van de tegenpartij te trappen.
7. De ploeg die de meeste doelpunten heeft gescoord, is de winnaar.
Als je deze punten uit je hoofd kent, dan heb je verstand van voetbal en verdien je in ieder geval een plaatsje in de ledenraad van Ajax. Mocht je commissaris willen worden, dan is de volgende aanvullende informatie onontbeerlijk:
- Een verloren wedstrijd tegen Duitsland heeft een nationaal trauma van veertig jaar tot gevolg.
- Een verkeerd uitgepakte spelerswissel kan aanleiding zijn tot burgeroorlog en revolutie.
- Degene die een penalty mist, dient gelyncht te worden door het supporterslegioen. Behalve als hij Seedorf heet, want dan wordt het juist van hem verwacht.
Als directeur moet je er tenslotte van doordrongen zijn, dat de uitspraak “voetbal is oorlog” absoluut niet in overdrachtelijke zin mag worden opgevat. Professionele clubs dienen daarom te beschikken over een goed getrainde harde kern, die homo’s, politiemannen, turken of oude vrouwtjes in elkaar slaat. De voorkeur moet naar de oude vrouwtjes uitgaan, want de anderen zouden terug kunnen slaan omdat ze geen verstand van voetbal hebben.
Zeer tevreden over mijn voetbalkennis gooide ik afgelopen week een brief naar AFC Ajax in de bus, waarin ik naar de functie van directeur solliciteerde. Daarna keek ik met mijn lieve Astrid naar een sportprogramma, waarin allerlei wetenswaardigheden over het komende Europese voetbaltoernooi werden vermeld. Op zeker moment verscheen een mij zeer bekend persoon op de buis: de zestiger, die zich eerder zo laatdunkend over het bestuur van Ajax had uitgelaten. Hij analyseerde het zwarte voetbaltenue van de nationale spelers, en liet terloops weten dat hij binnenkort een nieuwe kledinglijn voor heren lanceert.
‘Wie is dat toch?’ vroeg ik mijn liefste.
‘Weet je dan niet?’ reageerde ze verbijsterd. ‘Dat is de maestro.’
‘De maestro?’ herhaalde ik onnozel.
‘Johan Cruijff’ antwoordde ze met plaatsvervangende schaamte.
No comments:
Post a Comment