In september 2011 was heel Nederland in beroering, omdat kamerlid Wilders en premier Rutte elkaar vroegen om normaal te doen. Van een dergelijk onbetamelijke oproep was men niet gediend. Dagenlang hebben televisie en kranten erop gehamerd, dat zoiets nooit zou mogen voorkomen in een westerse democratie.
Ongeveer een week geleden kwam ik een of andere idioot tegen, met een pruik op z’n hoofd, een gekke zonnebril op de neus(ook bij regen), en een gênant shirtje en broek aan het lijf. Allemaal oranje. Toen dacht ik nog: ‘Ach, gekken moeten er ook wezen.’ Eigenlijk wilde ik hem vragen of hij van zijn begeleiders wel alleen de straat op mocht, maar toen ik zijn richting opliep schreeuwde hij heel hard: ‘Hup Holland’. Toen hij ook nog eens op zijn toetertje blies, was het overduidelijk dat deze gek gevaarlijk was. Dus liep ik zo snel als ik kon heel rustig door.
Voordat ik mijn mobiel had kunnen pakken om 112 te bellen, kwam ik tot mijn schrik een volgende gek tegen. Die zag er net zo idioot uit en had ook een toetertje bij zich. Hij had nog iets extra’s: op zijn wangetjes waren schattige rood-wit-blauwe vlaggetjes geschilderd. Het was een ontluisterende ervaring voor me: binnen tien minuten twee gekken ontmoeten, terwijl je er anders in jaren niet eentje tegenkomt. Helaas ging de verbijstering nóg verder: in de minuten daarna kwam ik wel een stuk of tien – twintig van die gasten tegen. Ze liepen aan beide kanten van de straat en zongen om het hardst: ‘’t Is stil aan de overkant.’
Maar toen had ik het door: Eén of andere inrichting was op schoolreisje (of hoe noem je dat bij idioten) en men had de pupilletjes een half uurtje de vrije hand gegeven in het kader van: “Voorbereiding op een zelfstandig leven.” Wat ik hoogst onverantwoord vond, want een leek als ik zag zo wel dat ze daar nog lang niet aan toe waren.
Helaas was dit niet het einde van mijn ontzetting. Thuis aangekomen zag ik op de televisie, dat heel Nederland was overspoeld met dit soort mensen. Ze zaten op terrasjes, in kroegen, of ze liepen gewoon door de straat. Geen politieman die er wat aan deed…
Komen ze van een andere planeet? vroeg ik mij af. Nee, dat kan niet, maar dan toch wel uit een ander land. Ik ondernam onmiddellijk actie en draaide het nummer van mijn vriend Geert.
‘Wilders.’
‘Hallo Geert. Met Arie.’
‘Dag Arie. Wat een verrassing! Ik was net van plan om jou eens te bellen. Van harte gefeliciteerd met je weekendcolumns. Die zien er echt fantastisch uit.’
‘Dank je, Geert. Maar ik bel je om iets heel ernstigs. Volgens mij worden wij overspoeld met een nieuw soort buitenlanders. Zou jij daar wat aan kunnen doen?’
‘Tja…, buitenlanders…, dat hóéft nog een bezwaar te zijn. Maar vertel eens, doen ze normaal?’
‘Nee Geert. Helemaal niet.’
‘Ook niet effe?’
‘Zelfs dat niet.’ In het kort legde ik mijn vriend uit, hoe ze eruit zagen en hoe ze zich gedroegen. ‘Ik heb een foto van zo’n gast op mijn facebook geplaatst. Kijk zelf maar.'
‘Momentje,’ zei Geert. Even later: ‘Ik heb ‘m. Dat ziet er inderdaad zorgelijk uit. Direct terugsturen, zou ik zeggen. Waar komen ze vandaan, volgens jou?’
‘Uit Oranje Vrijstaat.’
‘Waar ligt dat?’
‘Ergens in Zuid-Afrika.’
‘Ja! Nu weet ik het weer... Een jaar of twee geleden bracht ik een werkbezoek aan Zuid-Afrika, en daar zag ik hele hordes van die lieden lopen. Rare mensen zijn dat, hè? Die moeten we hier niet. Ik ga onmiddellijk voor je aan het werk.’
Afgelopen woensdagavond zag ik zo’n nieuwkomer bitter wenend door mijn straat lopen.
‘Er is nog hoop,’ snikte hij zichzelf moed in. ‘Het is nog niet voorbij.’
Eigenlijk vind ik het altijd een beetje sneu, om een volwassen man te zien huilen. Vooral als hij achterlijk is uitgedost, een vlaggetje en een toetertje in zijn handen heeft, en toch bij zijn volle verstand blijkt te zijn. En het wordt helemaal triest als je weet waar het allemaal om gaat: Om een paar potten voetbal, ergens ver weg in de Oekraïne.
Doe effe normaal man!
No comments:
Post a Comment