Eindelijk heeft het voorjaar zich deze week aan ons vertoond. We waren er zo langzamerhand wel aan toe zeg!
Afgelopen dinsdagmiddag liet ik mijn dubieuze debiteuren voor wat ze waren. Daar maakte ik me weinig zorgen over; op woensdag zouden ze nóg wel dubieus zijn. Ik nam dus een vrije middag. In een goede stemming fietste ik op huis aan. Natuurlijk had ik nog steeds mijn jas aan, het was immers nog lang geen zomer. Maar toch… ik was van plan om met Astrid een flinke fietstocht te gaan maken. Daar zou ze ongetwijfeld enthousiast voor te krijgen zijn. Thuisgekomen trof ik Astrid op het balkon aan. Op een tuinstoel en… in haar bikini.
‘Hoelang zit je hier al?’ vroeg ik verbaasd.
‘Ongeveer vijf minuten. Met dit zomerweer had ik er daar opeens zin in. Daar heb je toch geen bezwaar tegen?’
Natuurlijk had ik dat niet, maar ik maakte wel duidelijk dat ik het wel wat voorbarig vond. Vooral omdat het balkon pal in de wind lag. Het leek me behoorlijk fris om er zo bij te gaan zitten.
Ze wuifde mijn bezwaar met een onverschillige armzwaai weg en verzekerde mij dat het heerlijk was. Inmiddels had ze heel wat kippenvel op haar huid verzameld. Op dat moment kwam Josje binnen. Zij is wat minder tactisch in haar woordgebruik, en vroeg haar moeder onomwonden of ze wel goed bij haar hoofd was. Weer hamerde Astrid erop dat het aangenaam weer was, en het briesje eromheen lekker verkoelend werkte.
‘Je zit als een idioot te blauwbekken,’ antwoordde Josje onverbloemd. Wat Astrid ertoe aanzette om er vooral niet aan toe te geven, dat ze zat te vernikkelen van de kou.
‘Jullie hoeven niet uit te maken, waar ik me fijn bij voel,’ beweerde zij duidelijk geërgerd. ‘En ik bepaal zelf wel of ik al dan niet een uurtje op het balkon wil zitten.’
Josje en ik rekenden Astrid voor dat ze daar inmiddels vijftien minuten zat, en dat ze derhalve nog drie kwartier te gaan had. Wij trokken ons geamuseerd terug.
Astrid , volhardend in haar eigen gelijk, kwam na precies 60 balkonminuten weer tevoorschijn, en meldde alleen maar dat ze direct door ging naar de douche. Waar ze minstens een half uur onder bleef staan. De damp die er in de badkamer achterbleef getuigde ervan, dat ze zich een warme, ja zeer warme waterstraal had veroorloofd. Helaas voorkwam die hete douche niet, dat mijn geliefde een flinke verkoudheid had opgelopen. De volgende dag was het niets anders dan niesen en proesten.
‘Heb je op een hoekje gestaan, mam?’ maakte Josje de grap die ze tot vervelens toe van mij had gehoord.
Voor het eerst sinds mensenheugenis werd deze keer niet ík, maar een ander in ons huis de huid vol gescholden.
Friday, March 8, 2013
Lenteweer
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment