Friday, June 29, 2012

    Onze jonge dochter

    ‘O ja,’ bracht mijn lieve Astrid mij afgelopen week op de hoogte. ‘Josje gaat vanavond uit. Haar vriendje komt haar ongeveer half acht ophalen, en zich daarbij gelijk aan ons voorstellen.’
    Mijn mond viel open van verbazing. Ik wist niet eens dat onze vijftienjarige dochter een vriendje had.
    ‘Hoe lang weet jij dat al?’ vroeg ik verwijtend.
    ‘Ongeveer veertien dagen.’
    Korzelig informeerde ik, waarom mijn vrouw noch mijn dochter mij hierover hadden ingelicht. Van een dergelijk essentiële gebeurtenis mag een vader wel op de hoogte gebracht worden, dacht ik zo.
    ‘Tot gisteren heeft ze er mij ook niets over verteld,’ verontschuldigde mijn vrouw zich.
    ‘En je zei net, dat je het al twee weken wist.’
    ‘Ach man,’ viel mijn geliefde uit. ‘Zoiets mérk je toch aan je eigen dochter?’
    ‘Hoe dan?’
    Mijn vraag klonk erg onbenullig, dat besefte ik zelf ook wel, maar ik wist het echt niet.
    ‘Aan allerlei dingen. Is het je opgevallen, hoe vaak ze de laatste tijd over een of andere Karel sprak?’
    ‘Ja… en?’
    ‘Wel, die is het.’
    ‘Hè?’ Ik viel om van verbazing. ‘Dat vond ze toch zo’n stomme knul? Ik heb haar niet één keer wat aardigs over hem horen vertellen.’
    ‘Dat is toch aanwijzing genoeg? Wat bazuinde jij over mij rond, toen jij als zeventienjarig jochie mij eigenlijk wel heel aardig vond?’
    ‘Dat ik je een stomme trut vond,’ lachte ik.
    -Dat vind ik nu écht, dacht ik erbij.
    ‘Oké,’ ging mijn lieve Astrid verder. ‘Wijs jij die jongen er vanavond op, dat wij onze dochter aan hem toevertrouwen, maar dat wij ervan uitgaan dat hij haar voor twaalf uur weer thuisbrengt.’

    En dus kwam onze Josje die avond met haar vriendje aanzetten. Er viel heel wat spanning van me af, toen bleek dat ik met een beleefde, goed verzorgde jongeman te maken had. Weliswaar kwam hij wat sullig over, maar daar had ik niet zoveel moeite mee. Ik zou het verontrustender gevonden hebben, als ze met een voortvarender jongeman op de proppen was gekomen.’
    Vriendelijk stak hij mij de hand toe, en stelde zich voor als Karel Verloop.
    ‘Nee nee,’ viel mijn dochter hem direct in de rede. ‘Je heet nu Charles. Vanmiddag heb je je naam veranderd, omdat je “Karel” wat uit de tijd vond.’
    ‘O ja,’ realiseerde hij zich.
    ‘Ga zitten, Charles,’ nodigde ik hem uit. ‘Wat wil je drinken; koffie of thee?’
    ‘Charles wil graag thee,’ besloot zijn vriendinnetje.
    ‘Koekje erbij?’
    ‘Nee hoor. Bij Charles moeten er wat kilootjes af.’ Glimlachend: ‘Toch liefje?’
    Het liefje beaamde het.
    Omdat ik een rooklucht aan zijn jas meende te constateren, legde ik hem bij voorbaat op vriendelijke manier een van onze huisregels uit:
    ‘Ik hoop niet dat je het erg vindt, maar het is niet onze gewoonte om in huis te roken.’
    ‘O, dat is helemaal niet erg, hoor’ vond Josje. ‘Heel toevallig is Charles pas gestopt met roken. Komt dat even goed uit!’
    Charles keek instemmend.
    Zo ging het een hele tijd door. Mijn Astrid en ik stelden onze vragen aan Charles, onze dochter gaf de antwoorden, en de jongeman was het zonder uitzondering met zijn meisje eens.
    ‘Zin in een pilsje Charles?’ bood ik hem aan, toen de avond wat gevorderd was.
    ‘Nee dank je,’ werd er namens hem geantwoord. ‘Een sapje is ook goed.’
    Nadat ik een jus d’orange voor hem had ingeschonken, schraapte ik mijn keel en begon:
    ‘Zeg Charles, wij moeten even van man tot man met elkaar praten’, begon ik.
    ‘Dat is goed mijnheer,’ antwoordde het jongmens.
    ‘Nee, laat maar,’ werd hij gecorrigeerd. ‘Pa, je gaat toch niet tegen hem preken, hè? Kom Charles wij gaan.’
    Onze schoonzoon in spé wilde ten afscheid nog wat aardigs tegen ons zeggen, maar dat werd hem verhinderd door Josje, die hem gewoon in de richting van de buitendeur duwde. Terwijl ze op hun fiets wegreden hoorde ik mijn kleine lieveling nog één opmerking maken:
    ‘Je moet zo snel mogelijk met je rijbewijs beginnen, schat. Want wij met z’n tweetjes zonder auto, dat is natuurlijk geen doen.’

    Astrid en ik deelden de mening, dat we met een kluns te maken hadden. Voor het overige zeiden wij die avond niet veel tegen elkaar. Het is natuurlijk een hele belevenis als je dochter er plotseling een bewonderaar op na blijkt te houden, en ook nog eens voor het eerst in haar leven de deur uitgaat. Onze ervaring was gelukkig heel positief: precies één minuut voor twaalf leverde Charles zijn lieveling weer bij ons af. Onze jongedochter omhelsde hem zo stevig ten afscheid, dat de knul er verlegen van werd.
    ‘Wat een lieverd is het, hè mam?’ begon ze, toen het afscheidsritueel voorbij was en ze de deur achter Charles had dichtgesmeten. ‘En weet je wat zo goed is?’ Zonder antwoord af te wachten zei ze: ‘We passen precies bij elkaar.’ Met een glimlach van verstandhouding keken Astrid en ik elkaar even aan. ‘We zijn het overal over eens. In al die tijd is er nog geen onvertogen woord tussen ons gevallen. En hij is overal zo enthousiast over; binnenkort gaat hij met rijlessen beginnen. Charles is echt de ware; wij gaan met elkaar trouwen,’ verzekerde Josje ons na een intensieve relatie van zo’n twee weken.
    Met een vrolijke glimlach knipoogde mijn vrouw naar mij.
    ‘En weet je wat ook zo leuk is, mam: in zijn doen en laten lijkt hij precies op papa.’
     ‘Ja meiske, dat is mij ook opgevallen,’ antwoordde moederlief met een meewarige zucht.

    No comments:

    Post a Comment