Deze week werd ik opgebeld door mijn vriend Jacques, een zeer geleerd man.
‘Dag Arie,’ begroette hij me. ‘Heb je het journaal al gezien?’
‘Nee,’ antwoordde ik naar waarheid. Mijn hart klopte me in de keel. Wat voor verschrikkelijks zou er gebeurd zijn, dat Jacques mij daar voor opbelde? In mijn verbeelding zag ik al beelden voor me, die deden denken aan de aanval op de Twintowers in New York. Anderzijds was ik ook razend nieuwsgierig naar zijn bericht, dus ik vroeg snel: ‘Wat is er gebeurd?’
‘Ze hebben het Higgsdeeltje gevonden. Is dat niet geweldig?’
‘Wát hebben ze gevonden?’ vroeg ik teleurgesteld. Ik had namelijk sensationeler nieuws verwacht.
‘Het Higgsdeeltje,’ herhaalde mijn vriend opgetogen.
‘Wat is dat?’
‘Dat is een deeltje, dat massa geeft aan andere deeltjes.’
‘O,’ antwoordde ik. Het werd me duidelijk dat Jacques weer eens op zijn wetenschappelijke stoel zat, en van alles wilde vertellen over iets onbegrijpelijks waar hij razend enthousiast over was. Daar is natuurlijk niets op tegen, maar ik vond het wel vervelend dat hij mij daarvoor als slachtoffer had uitgekozen.
Hij vertelde over een botsing die zich in één of andere Zwitserse tunnel had voorgedaan.
-Tja, dacht ik. Die Zwitserse tunnels zijn nooit helemaal veilig.
Door die botsing was er van alles en nog wat uit elkaar gespat, en daardoor hadden ze dat deeltje ontdekt.
‘En toen vonden ze het?’ reageerde ik beleefd.
‘Ja! Precies!’
‘En hoe zag dat deeltje eruit?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Het was toch op televisie? Dan hebben ze dat deeltje toch wel laten zien, zou ik denken.’
‘Nou nee. Dat deeltje is zo klein, dat het niet te filmen is.’
‘Wat zag je dán op t.v.?’
‘Allemaal mensen die erg blij waren.’
-Toch goed nieuws, dacht ik. Want doorgaans zie je weinig vrolijke gezichten op het journaal.
‘Omdat dat deeltje gevonden was?’
‘Precies! Er is ook jarenlang naar gezocht. Dan mag je toch blij zijn?’
‘Wat is het nou eigenlijk voor een ding, Jacques,’ vroeg ik, want ik kon er nog steeds geen touw aan vastknopen.
‘Nou, dat is een elementair deeltje, dat aan alles gewicht geeft. Het zit in stenen, bananen en ook in de minister-president.’
‘Dus eigenlijk in alles?’ constateerde ik.
Jacques bevestigde mijn conclusie.
‘Maar waarom is er dan zo lang naar gezocht, terwijl het overal te vinden is?’
Even was het stil aan de andere kant van de lijn. Daarna schutterde hij:
‘Omdat ze niet zeker wisten dat het er was.’
‘Dus ze wisten wel dat het overal was, maar ze wisten niet dát het er was?’
Mijn vriend probeerde het me uit te leggen.
‘Men had een vermoeden dat het er was. En nu het gevonden is, weet men zeker dat het er is, én dat het overal is.’
Zijn opmerking was voor mij een bewijs, dat wetenschappers wel erg geleerde mensen zijn.
‘Maar waarom zijn ze dan helemaal naar Zwitserland gegaan om ernaar te zoeken? Hier waren er toch ook meer dan genoeg van?’
“Tuuut, tuuut, tuuut,” ging de telefoon.
Ik vrees dat Jacques door mijn toedoen in een diepe depressie is terechtgekomen.
No comments:
Post a Comment