Friday, July 20, 2012

    Vierdaagse van Nijmegen

    Astrid en haar vriendin Florence hebben deze week voor de eerste keer deelgenomen aan de Nijmeegse vierdaagse. Na maanden van training, waarin ze er meerdere keren per week ’s avonds op uit gingen om aan hun conditie te werken, vertrokken ze afgelopen maandag richting Nijmegen.
    ‘Door die weersvoorspellingen laten wij ons niet tegenhouden,’ verklaarden ze iets te optimistisch. ‘We trekken een regenjas aan en we lopen gewoon verder.’ Op de avond voor haar vertrek vroeg ze me nog tussen neus en lippen door:
    ‘Je komt me op de Via Gladiola wel binnenhalen, hè?’
    ‘Ja natuurlijk. Wat dacht je dan?’ loog ik.
    -Verrek, dacht ik. Nou kan ik ook nog eens dat hele eind naar Nijmegen afreizen.
    ‘Maar,’ vervolgde ik. ‘Waar kan ik de Via Gladiola vinden?’
    Enigszins geërgerd vertelde ze mij, dat dat de St. Annastraat is, waar alle deelnemers op de laatste dag door hun vrienden en familieleden met een grote bos bloemen worden binnengehaald.
    ‘Wat leuk… Bloemen…,’ reageerde ik achteloos.
    ‘Ach joh. Het gaat helemaal niet om die bloemen. Het gaat om het gebaar.’
    En dus legden Astrid en haar vriendin deze week vier maal de afstand van 50 km af. Dat is toch echt wel een prestatie. Op maandagavond belde ze me nog, en vroeg of ik het wel redde in mijn eentje. (Jawel, schat)
    Dinsdag kreeg ik enkele sms’jes, waarin ze mij meedeelde, dat ze het grootste feest van haar leven aan het meemaken was. Af en toe viel er wat regen, maar dat mocht de pret niet drukken.
    Donderdag belde ze me weer en vertelde dat ze weliswaar grote buien te verduren had gehad, maar dat dat de sportieve prestatie alleen maar verhoogde.

    En dus zou ik haar vrijdag komen binnenhalen. Ik had er een vrije middag voor genomen, maar natuurlijk had ik toch weer tijd tekort. Veel te laat naar mijn idee, stapte ik in mijn auto om mijn lieve Astrid te gaan begroeten. Juist toen ik weg wilde rijden ging mijn mobiel. Een sms’je. Toch maar gauw even kijken. Het was een berichtje van Astrid.
    “Je vergeet de bloemen toch niet, hè?”
    -Verdraaid nog an toe. Helemaal vergeten, realiseerde ik me. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Tijd om nog ergens een leuke bos te kopen, had ik niet meer. Gelukkig realiseerde ik me, dat het Astrid niet om de bloemen ging, maar om het idee. En derhalve had mijn creatieve geest direct een oplossing klaar.
    IJlings liep ik terug in huis en greep een bos verlepte rozen, die ik als tijdelijke vrijgezel verzuimd had om water te geven. Ik wikkelde het in een inderhaast opgeduikeld stuk cadeaupapier (Sinterklaas) en toog daarmee richting Nijmegen. Gelukkig kwam ik net op tijd aan. Nauwelijks had ik me tussen de lange rij wachtenden begeven, of ik zag mijn lieve Astrid aanlopen. Vermoeid natuurlijk, maar wel met het haar zo kenmerkende, opgewekte snoetje. Uitermate trots liep ik op haar af, kuste haar hartstochtelijk en overhandigde mijn gebaar: een bos verlepte rozen in sinterklaaspapier. Onmiddellijk veranderde haar vertederende glimlach in een haatdragende grimas. Ze smeet mijn gebaar meteen weg en liep zonder een woord te zeggen door.

    Diezelfde avond hadden Astrid, Florence en een aantal andere wandelaars met hun partners afgesproken in een Caribisch ingerichte uitgaansgelegenheid. De klanken van langzame Zuid-Amerikaanse muziek zorgden voor een melancholieke sfeer. In een blote jurk bracht mijn Astrid de uren sloom dansend door met een jonge marinier. In uniform. Al die tijd keurde ze me geen blik waardig.

    No comments:

    Post a Comment