Vanaf het prilste begin van ons relatie is Astrid bezig geweest, om mij wat gevoel voor subtiele signalen bij te brengen. Wat dat betreft schijnt er bij mij nog heel wat verbeterd te kunnen worden.
Wij hadden nauwelijks drie weken verkering, toen Astrids vriendin Florence mij terloops het nieuwe armbandje liet zien, dat zij van haar vriend had gekregen. Uiteraard was ik zo beleefd, om het sierraadje te bewonderen en ik prees haar gelukkig met haar vriend, die dit ongetwijfeld peperdure cadeau voor haar over had. Daarna niets. Totdat Astrid aan mij vroeg: ‘Heb je dat prachtige armbandje van Florence gezien?’
‘Jazeker,’ antwoordde ik verbaasd. ‘Daar was je toch zelf bij? Waarom vraag je dat?’
‘Ach… zomaar…,’ antwoordde ze me met ingehouden woede. Enige dagen later tipte Florence mij, dat Astrid van mij een dure armband verwachtte, maar dat de dat zelf niet zeggen kon, omdat het dan geen verrassing meer was.
Toen wij bijna een jaar verkering hadden, zei Astrid me, dat ze het wat overdreven zou vinden als ik haar voor dat simpele jubileum een bos rozen zou schenken. Dus dat moest ik maar niet doen.
‘Afgesproken,’ zei ik.
Toen ze een week later jarig was, en ik haar via allerlei communicatiemiddelen (dat was toen alleen nog maar een fax) heel romantische wensjes had gestuurd, bleek ze aan het eind van de dag witheet te zijn. Ik had namelijk geen bloemen laten bezorgen… Dus rozen op haar verjaardag, constateerde ik en dat tekende ik nauwgezet aan.
Goed onthouden, dat je dit in de agenda van volgend jaar overschrijft, bedacht ik nog.
Door de ervaring wijs geworden besloot ik om ter gelegenheid van haar volgende verjaardag eens flink uit de band te springen, en liet haar vijftig rozen bezorgen. Weer niet goed… Ze was pas 22 jaar geworden, en nu leek het erop dat ik haar voor een oude vrouw aanzag.
‘Zoiets doe je toch niet?’ beschuldigde ze me.
Na enkele jaren vertrouwde ze mij toe, dat ze het zo leuk zou vinden om op een eiland ten huwelijk gevraagd te worden. Ik had inmiddels heel wat geleerd, en constateerde twee verlangens:
a. Het werd tijd om te trouwen.
b. Het huwelijksaanzoek moest op een eiland gedaan worden.
Onmiddellijk boekte ik ergens op Goeree-Overflakkee een hotelletje voor een midweek. Het was een beetje druilerig weer, toen ik op een winderig terrasje voor haar op mijn knieën ging. Ze antwoordde met ‘Vooruit dan maar’ en heeft de resterende dagen van onze vakantie wat nukkig op me gereageerd. Later begreep ik dat ze met dat eiland de Bahama’s, Puerto Rico, dan wel Bali had bedoeld.
Maar al doende leert men. Onlangs haalden wij nog een leuke anekdote uit de kindertijd van Josje aan. Op een snikhete dag gaf onze achtjarige dochter aan dat ze wel trek in oliebollen had. We hadden een melige bui en een kwartiertje later stond Astrid boven een dampende pan de oudejaarslekkernij te vervaardigen. De kinderen uit de straat kregen daar lucht van, en al heel snel hadden we een tuin vol koters aan de oliebollen.
Aha. Subtiel signaal, dacht ik, toen dit gezellige kinderfeestje weer ter sprake werd gebracht.
Afgelopen woensdag, toen het weer eens benauwend heet was, sms’te Josje mij namens haar moeder de vraag, wat ik die avond zou willen eten.
“Oliebollen!”, antwoordde ik onmiddellijk.
“Gebruik je verstand, man”, replyde ze per omgaande. “Ik ben geen kind meer.”
Zucht… Ik doe het ook nóóit goed.
No comments:
Post a Comment