Friday, October 26, 2012

    Wielersport

    Ooit heb ik in een enthousiaste bui eens een volkstuintje gehuurd. Daarop plantte ik mijn groenten en ook zette ik er een hok met een konijnenpaartje neer. Toen mijn eerste bloemkooltje van het land kwam en ik een veestapel van inmiddels zo’n twintig konijnen bezat, opende ik als geslaagd landbouwer een rekening bij de Rabobank. Enthousiast vertelde ik over mijn successen op agrarisch gebied. Toen ik aangaf een deskundige te willen spreken voor advies over mijn steeds maar groter wordende konijnenstapel, kreeg ik een medewerker van de technische dienst te spreken. Die vertelde mij dat hij zelf ook in de konijnenbusiness zat. Hij trok een bankdirecteurgezicht en sprak me ernstig toe: ‘Naar het zich laat aanzien bent u succesvol in het vermeerderen van het product konijn. Wij raden u aan om dat talent te gelde te maken.’ Verder legde hij me het verband tussen de komende kerstdagen en de algemene behoefte aan konijnenbout uit. Ach ja… mooie herinneringen.

    De Rabobank kan nog steeds bogen op een aanzienlijke agrarische klantenkring. Maar de bank is inmiddels veel méér dan alleen maar de boerenleenbank die het vroeger was. Ze heeft haar horizon verbreed en zich zo’n vijftien jaar geleden ook op het wielrennen gestort. Met duidelijke idealen. Deze sport zou een mooie sport moeten blijven, zuiver en écht zonder het gebruik van doping. Een soort onbespoten boerenkool, maar dan in wielrennertermen. Vorige week vernamen we allemaal hoe het is afgelopen. Ook Raborenners bleken verboden pilletjes te hebben gesnoept. Er restte deze respectabele bank slechts één keuze: kappen met die handel. En nu zitten we met de gebakken peren. De wielerploeg zit zonder sponsor en de Rabobank kan op zoek naar andere te subsidiëren doelen.
    En over dat laatste schoot me al snel een idee te binnen: zou de schrijver van de weekendcolumn voor een geldelijke ondersteuning in aanmerking kunnen komen? Natuurlijk wel. Heel Nederland geniet immers van zijn vrijdagse stukjes. Maar er kwam onmiddellijk een probleem bij. Want steeds als ik met het schrijven van de column begin, pak ik eerst een flinke borrel. Dit om te voorkomen dat ik saaie, humorloze verhaaltjes op het internet zet. En dus is het de vraag of een jenevertje nu doping is of zomaar een genotsmiddel. Eind vorige week belde ik naar het hoofdkantoor van de Rabobank en vroeg de directeur van de afdeling “Sponsoring en subsidies” naar hun beleid in dezen. De man in kwestie zat op dat moment net aan zijn vrijdagmiddagborrel en antwoordde mij met dubbele tong, dat een flinke neut niets met doping te maken heeft. Hij nam er regelmatig een, vertelde hij me, en het viel hem op dat hij na gebruik echt niet sneller ging fietsen. Integendeel, hij had zelfs moeite om vooruit te komen. Erger nog: zelfs het bestijgen van het rijwiel kostte hem de grootste moeite.
    Helemaal gerustgesteld heb ik mijn subsidieaanvraag ingediend.

    No comments:

    Post a Comment