Onze dochter Josje was een jaar of acht, toen ze plotseling bedacht dat ze een barbiepop wilde hebben. Nu was ze helemaal geen poppenmeisje, dus dat kon de oorzaak van haar wens niet zijn. Nee, haar verlangen had een heel andere oorzaak: eigenlijk was het een grote-mensen-reden. Wanneer volwassenen een mooie auto kopen, dan heeft de buurman er binnen afzienbare tijd ook een voor de deur staan. Zoiets dus. Al Josjes vriendinnetjes hadden een barbiepop, dus zij moest er ook een.
Dus vlak voor Sinterklaas regelden Astrid en ik een oppas en gingen op barbiejacht. In de eerste de beste speelgoedwinkel schrokken wij ons direct al een ongeluk van het prijskaartje, dat aan zo’n popje hing. Veel te duur voor een kind van acht jaar, vonden wij. En dus kochten wij voor haar een imitatiebarbie van slechts enkele euro’s.
Onze slimme meid had wel degelijk in de gaten waarom haar ouders op pad waren en dus kon ze de pakjesavond nauwelijks afwachten. Met glimmende ogen nam ze uiteindelijk haar surprise in ontvangst. Haar stemming veranderde onmiddellijk toen ze ontdekte wat voor prul er in haar handen was gestopt.
‘Dit is rommel,’ beschuldigde zij de goedheiligman. ‘Hier heb ik helemaal niets aan.’ Onverschillig liet ze haar presentje vallen, dat direct een beentje verloor. De hele avond heeft ze niet meer naar haar gehandicapte speelgoed omgekeken. De volgende morgen werd het lieverdje nog door Astrid gerepareerd en op de kamer van onze dochter gezet, maar dat bleek geen nut meer te hebben. Weer een dag later werd het popje in haar prullenbak aangetroffen, ditmaal zonder armen.
Er restte ons niet anders dan opnieuw te gaan winkelen, om Josje alsnog te verrassen met een kwaliteitspop.
‘En nu doen jullie het wel goed, hé?’ riep de slimmerik ons nog na.
Uiteraard was ze blij met haar speeltje maar nog niet tevreden. Er moesten een tweede en een derde exemplaar bij komen. En daarna een studio met microfoons en degelijke. En natuurlijk ook een Ken met een raceauto. Een flinke partij euro’s later was onze kleine meid eindelijk goed te spreken over haar collectie en ging heel tevreden rollerskaten.
Onlangs zat ik samen met Astrid naar een t.v.-programma te kijken, dat werd aangekondigd door een jonge, knappe presentatrice. Ze was in een glitterjurkje gehesen, en al met al zag ze er schattig uit.
‘Ik vind haar net een barbiepop,’ gaf ik als commentaar.
Astrid glimlachte.
‘Ik ook,’ zei ze.
Een ogenblik keken we elkaar verwonderd aan. Ik zei wat, en mijn geliefde was het met mij eens. Doorgaans is dat bij ons net andersom.
Nog niet zo lang geleden hoorde ik, dat een BN-er (dat ben je zo tegenwoordig) Barbie wordt genoemd. Onmiddellijk wilde ik haar opbellen om haar te adviseren een gerechtelijke procedure tegen haar ouders te beginnen. Want als je je spruit met zo’n naam door het leven laat gaan, dan ben je natuurlijk verantwoordelijk voor onnoemlijk kinderleed. Gelukkig ontdekte ik op tijd, dat het betreffende sterretje die naam zelf gekozen had. Als artiestennaam dus. Ach ja…
Overigens lijkt ze opvallend veel op haar plastic naamgenoot. Ik hoop dat ze een echte barbie is en geen namaak. Want ik zou het zeer betreuren, als ze in een onbewaakt ogenblik zomaar een been zou verliezen.
No comments:
Post a Comment