Friday, February 22, 2013

    Paardenvlees

    Tja, we zijn dus met elkaar stevig voor gek gezet, in het ootje genomen, voor het lapje gehouden. Of beter gezegd: stevig belazerd. Ik persoonlijk in het afgelopen jaar minstens tien keer. Als het bij ons thuis mijn beurt was om de warme maaltijd te bereiden haalde ik nogal eens een bak kant en klare nasi, bami of boerenkool uit de winkel. Thuis even een paar gaatjes erin prikken, enkele minuutjes in de magnetron en smullen maar. Ik was dan ook altijd wel trots op mijn kookkunst. Uiteraard had ik ook regelmatig lasagne op tafel staan. Heerlijk…! Niet alleen volgens mij, maar ook volgens Astrid en Josje.
    Totdat onlangs bekend werd, dat men paardenvlees in mijn Italiaanse gerecht had gejast. Gevolg: dikke ruzie bij ons in huis.
    ‘We vonden het altijd al niet te eten,’ wijzigden vrouw en dochter hun mening onmiddellijk. ‘Je hebt ons rommel voorgezet.’
    Na stevig aandringen door mijn beide geliefden heb ik er de manager van de plaatselijke supermarkt op aangesproken: ‘Die lasagne van jou is niet te pruimen.’
    ‘O nee?’ vroeg hij verbaasd. ‘Maar je hebt me weleens gecomplimenteerd met de uitmuntende smaak.’
    Ik legde hem uit, dat ik toen nog niet wist, dat ermee was gerommeld.
    ‘Maar nu weet ik het wel en krijg ik kotsneigingen van de troep, die ik zo vaak naar binnen heb gewerkt.’
    We eindigden in een welles-nietes discussie, waar we nog niet uit zijn.

    Wat is er precies aan de hand? Wel in Roemenië laten de antieke boertjes zich nog vervoeren met paard en wagen. Zo’n beest gaat vijftien jaar mee (langer dan een auto), maar uiteindelijk moet de aftandse knol naar het abattoir gebracht worden. Daar wordt hij verwerkt tot goedkoop paardenvlees.
    Handig dus, moeten een paar slimmeriken gedacht hebben, we gebruiken geen duur rundvlees voor onze producten, maar een goedkope paardenbil. We zéggen echter dat het gewoon rundvlees is.
    Goed idee: De leverancier heeft lage productiekosten. De consument betaalt een goede prijs en zit heerlijk te eten. Iedereen is blij.

    Zo heeft een gewiekst horecaondernemer uit Amsterdam zijn klanten tientallen jaren een paardenbiefstukje voorgezet. En werd daarmee beroemd om zijn overheerlijke biefstukken. Ooit – waarschijnlijk in een onbewaakte periode van gewetenswroeging – is hij runderen als grondstof voor zijn heerlijke keukengerechten gaan gebruiken. Maar hij kreeg klachten: zijn klanten wensten het uitmuntende runderlapje, zoals hij dat voorheen bereidde. Wat doe je dan als zakenman? Precies… je maakt het je klanten naar de zin. Maar nu de creatieve samenstelling van zijn delicatessen bekend is, hoeft niemand ze meer…

    Dus:
    Als men een runderbiefstukje wenst en men krijgt het, is men niet tevreden.
    Als men een paardenbiefstukje als paardenbiefstukje krijgt voorgezet, is men ook niet blij.
    Als men een rundersteak bestelt, en men krijgt clandestien het vlees van een oude knol voorgezet, zit men heerlijk te smullen.

    Kortom, wij Nederlanders laten ons graag knollen voor citroenen, oftewel paardenkeutels voor vijgen verkopen. En daar waren we tot voor kort heel gelukkig mee. Wie is die bruut, die deze zwendel aan het licht heeft gebracht?

    No comments:

    Post a Comment