Sinds een aantal jaren mag ik me verheugen in de vriendschap van een jonge vrouw. Sandra is haar naam. Ze heeft een donkere huidskleur en kort, kroezend zwart haar. Soms vertoont haar gezicht een mystieke schoonheid, die je verder alleen maar tegenkomt bij vrouwen uit het geheimzinnige hart van Afrika. Inderdaad, het continent waar haar voormoeders eeuwen geleden uit ontvoerd zijn.
Eén bijzondere eigenschap is haar humor. Elk sms’je of mailtje dat ik van haar krijg, sluit ze af met “Een negerzoen van Sandra”.
De negerzoen… Een lekkernij, waar kinderen in vroeger jaren verzot op waren. Waar is hij gebleven? Ik heb hem al jaren niet meer in de schappen zien liggen. Vandaar, dat ik hem in de afgelopen week eens gegoogled heb. Wat blijkt? De negerzoen is er nog steeds, maar de naam is veranderd: tegenwoordig heet die alleen maar “zoen”. Waarom hebben ze die naam veranderd? Omdat het woord “negerzoen” discriminerend zou zijn.
Als ik zo’n opmerking lees, dan vraag ik mij onmiddellijk af: wie is er op het originele idee gekomen, dat de term “negerzoen” discriminerend zou zijn? Waarschijnlijk is het een van de groepen wereldverbeteraars geweest, waar Nederland in de zeventiger jaren mee vergiftigd was, en die nog steeds niet helemaal uitgeroeid zijn. Van die mensen die iets zielig verklaren, wat helemaal niet zielig is, en dan alles in het werk stellen om de door hun geconstateerde zieligheid te laten verdwijnen. Ze hebben geen verstand van hun item, maar dat hoeft ook niet. Kortom: een soort orka-coalitie, maar dan anders. Nu het woord “negerzoen” uit het taalgebruik is verdwenen, zet het betreffende anti-discriminatiecomité zich er thans voor in, dat de Nederlandse schoorstenen uitsluitend blauwe roet mogen produceren. En ze maken voorbereidingen voor een landelijke actie, om gedaan te krijgen dat het liedje “moriaantje zo zwart als roet” wordt verwijderd van de verplichte literatuurlijst van havostudenten. Daar staat het weliswaar niet op, maar dat maakt niet uit.
Natuurlijk is het wel raar. In ons land, waar je de Koninklijke familie tot op het bot mag beledigen, en waar je gelovige mensen tot in het diepst van hun ziel mag kwetsen - dit alles onder het mom van “democratische verworvenheden” - mag een negerzoen geen negerzoen meer heten.
Zit ik ermee? Niet in het minst. Die schuimbollen heb ik nog nooit te pruimen gevonden. En negerzoenen krijg ik nog genoeg… van mijn lieve vriendinnetje.
No comments:
Post a Comment