We zijn het bijna weer vergeten, maar afgelopen zondag was het moederdag. Sinds onze Josje een peuter van drie turven hoog was, maakten wij samen op moederdag een ontbijtje voor Astrid klaar. Elk jaar volgens dezelfde gewoonte. Josje kwam mij stiekem wakker maken, Astrid hield zich slapende en ik ging met onze dochter de keuken in. De thee mocht ik wel zetten, maar onze kleine meid stond erop dat ze zelf het beschuitje zou smeren en van suiker voorzien. Volgens de traditie bestond het beschuitje uiteindelijk uit een aantal gebroken stukken, enkele klodders boter en hier en daar een schep suiker. Later, toen Josje wat groter werd, zag het er gelukkig was appetijtelijker uit. Met de thee hebben we het nooit goed voor elkaar gekregen. Het zetten ging nog wel, het inschenken ook. Maar om het geheel op een dienbord naar boven gesjouwd te krijgen, is nooit helemaal gelukt. Bovenaan de trap was de kostelijke inhoud grotendeels over de rand van het kopje heen gegaan en natuurlijk op de met zorg klaargemaakte beschuit beland. Zodat mijn lieve Astrid een zompig ontbijtje met een klein laagje lauwe thee naar binnen moest werken.
Vorig jaar vond ze dat blijkbaar genoeg. Josje was inmiddels groot genoeg om te begrijpen, dat we haar moeder met dat gekledder meer ongemak dan plezier bezorgden. Dus zei Astrid: ‘Laten we moederdag volgend jaar maar overslaan.’
Mijn dochter en ik waren dat geklungel met het moederdagontbijt ook zat, zodat we van harte met het voorstel instemden. En dus bleven we afgelopen zondag – blij dat we van onze jaarlijkse verplichting verlost waren – lekker doorslapen.
In de loop van de dag viel het ons echter op, dat Astrid wat kribbig was. Uiteindelijk vroegen wij haar, of er misschien wat aan de hand was.
‘Weten jullie wat voor dag het vandaag is?’ vroeg ze.
‘Moederdag’, antwoordde Josje argeloos.
‘Dus je had er wél erg in,’ beschuldigde moeder haar dochter. ‘Dan had je daar toch wel wat aan kunnen doen!’
‘Dat hoefde niet. Dat hebben we vorig jaar duidelijk afgesproken!’ werd er geprotesteerd.
Astrid legde uit, dat ze dan wel geen prijs stelde op een ontbijtje op bed, maar dat er op zijn minst een andere verrassing tegenover mocht staan, maar dat ze dat natuurlijk niet zeggen kon, omdat dat dan zo hebberig stond.
De dagen daarna bleef Astrids stemming ongewijzigd. Josje en ik werden er helemaal kriegel van. Uiteindelijk duwde ik haar honderd euro in de hand. ‘Ga naar een juwelier, en koop alsjeblieft een mooi sierraadje voor je moeder. Dit is geen houden meer.’
Daar maakte ze onmiddellijk werk van. Na een uurtje kwam ze binnen met een pakketje, gaf haar moeder een kus en zei: ‘Alsjeblieft ma. Opgespaard van mijn zakgeld. Je dacht dat je niets zou krijgen hè? Had ik je even te pakken.’ Even later werd er een prachtig kettinkje om Astrids hals gehangen. Ze fleurde daar zichtbaar van op.
‘Het kostte 95 euro,’ fluisterde Josje me op een veilig ogenblik in het oor.
‘De rest mag je houden,’ lispelde ik terug.
De volgende avond – Josje lag al op één oor – zei Astrid: ‘Wat hebben we toch een lieve, originele dochter. Ik ben stiekem bij de juwelier geweest. Dat kettinkje heeft haar bijna tachtig euro gekost! Dat ze dat toch voor haar moeder over heeft.’ Daarna wat snauwerig: ‘Ik wou dat jij voor zoiets ook je portemonnee eens opentrok.’
Ik zei maar niets…
Friday, May 17, 2013
Moederdag
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment