Friday, June 7, 2013

    Winkelen

    Altijd als het voorjaar aanbreekt, krijgt Astrid het op haar heupen. Ze wil het huis uit, een dikke portemonnee meenemen en bakken geld uitgeven. Dus had ik dit jaar de stille hoop, dat haar bevlieging uit zou blijven. De lente was immers zo vriendelijk niet te verschijnen.
    Maar nee hoor… De maand mei was nauwelijks voorbij, of de zon brak door en iedereen kon genieten van prachtig voorjaarsweer. Behalve Astrid. Ze stond voor een uitpuilende klerenkast en zei geagiteerd:
    ‘Ik heb niets om aan te trekken.’
    ‘Ja, dat zie ik,’ reageerde ik ad rem.
    ‘Daar ben ik blij om,’ glimlachte mijn liefste, die nooit gevoelig is voor mijn cynische ondertoon, als het haar niet uitkomt. ‘Zullen we deze week samen gaan winkelen?’
    In het begin van onze relatie trachtte ik daar nog wel eens onderuit te komen. Maar omdat de ervaring mij heeft geleerd, dat ik na een week zeuren toch toegeef aan haar wensen, zei ik deze keer direct: ‘Ja.’
    ‘Wat lief, dat je er zo enthousiast over bent.’
    Dus nam ik deze week een van mijn spaarzame snipperdagen op, en togen wij samen naar een dure winkelstraat in de stad.
    In de eerste kledingzaak hadden wij direct al succes. Astrid paste een leuk setje kleren, en het stond haar fantastisch. Allebei waren we er razend enthousiast over. ‘Kopen,’ zei ik natuurlijk, en daarbij dacht ik: Die ellende is snel voorbij, deze keer. Ik zag mezelf de rest van de dag al heerlijk in een tuinstoel zitten, maar mijn liefste gooide roet in het eten.
    ‘Ik wil toch nog even verder kijken,’ besloot ze.
    In de volgende zaak trok ze iets aan, wat haar wat ik ook wel aardig vond. ‘Leuk!’ zei ik.
    ‘Ach joh. Dit is geen gezicht,’ reageerde ze verontwaardigd.
    Bij een ander jurkje, wat ik afschuwelijk vond, was haar commentaar: ‘Ik vind dit zelf wel leuk hoor.’ Waarbij ze niet naliet om mijn slechte kledingsmaak onder stoelen of banken te steken.
    We liepen winkel na winkel af. Steeds weer vroeg Astrid me naar mijn commentaar. Om uitbranders te voorkomen, trachtte ik eerst te peilen wat ze er zelf van vond, en vervolgens een overeenkomende opmerking te plaatsen. Tot ze dat op een gegeven moment in de gaten kreeg en mij vinnig vroeg: ‘Je durft zeker weer eens niet voor je eigen mening uit te komen.’
    Eindelijk…, na een dag lang heen en weer sjouwen, winkel in, winkel uit, belandden we weer in de zaak, waar we begonnen waren. Daar kocht Astrid het setje, dat haar zo leuk stond.
    Toen ik mij bij thuiskomst uitgeput in een stoel liet vallen, zei Astrid tegen me:
    ‘We hebben een leuke dag gehad, hè?’
    ‘Ja, schat,’ reageerde ik.
    ‘Ik vind het fijn, dat jij er ook van genoten hebt.’
    De lichte spot in haar stem verraadde, dat ze mijn wrange intonatie deze keer wel degelijk opmerkte.

    No comments:

    Post a Comment